NAi Uitgevers
Boeken over architectuur, stedenbouw, landschap, etc. Boeken over beeldende kunst, fotografie, design, nieuwe media, etc. Tijdschriften over architectuur en kunst Zoeken / Fondslijst Bestellen Over ons

Rob van Engelsdorp Gastelaars en David Hamers

De nieuwe stad
Stedelijke centra als brandpunten van interactie

Vormgeving: Typography Interiority & Other Serious Matters, paperback met grote flap, 264 pagina's, 17 x 24 cm
Tekst in Nederlands, ISBN 978-90-5662-592-4 Prijs: € 27,50

NAi Uitgevers i.s.m. het Ruimtelijk Planbureau, Den Haag

De nieuwe stad. Stedelijke centra als brandpunten van interactieStedelijke centra, als de binnenstad maar ook nieuwe centra als de Amsterdamse Zuidas, worden steeds meer de plek waar mensen die afhankelijk zijn van intensieve rechtstreekse contacten, wonen, werken en elkaar ontmoeten. Het zijn ten eerste vooral de jonge, hoog opgeleide alleenstaande starters die bewust kiezen voor een leven als fulltime stedeling. Ten tweede worden deze stadscentra steeds meer het domein van de creatieve industrieën en de kleine gespecialiseerde kennisintensieve bedrijven met kenniswerkers die voor hun functioneren afhankelijk zijn van frequente face-to-face contacten. En ten derde worden de stadscentra steeds meer het domein van het publiek dat massaal op zoek gaat naar voorzieningen en naar elkaar.

Dit is de centrale conclusie van de studie 'De nieuwe stad. Stedelijke centra als brandpunten van interactie'. In de studie is onderzocht in hoeverre de compacte stad nog een functie heeft als interactiemilieu voor werkers, bewoners en bezoekers. De afgelopen decennia hebben de compacte oude stadscentra immers een steeds groter deel van hun stedelijke centrumfuncties verloren, terwijl tegelijkertijd steeds meer mensen en bedrijven diezelfde centra hebben verlaten.

Het zijn vooral de jonge, hoog opgeleide alleenstaande starters die bewust kiezen voor een leven in de stad. De stad biedt hen gespecialiseerde onderwijsinstellingen en bedrijven die op hoog opgeleide professionals zijn ingesteld. Daarnaast zijn er in de stad voldoende ontmoetingsplaatsen, potentiële contactpartners en mogelijkheden om hun culturele en recreatieve behoeften te bevredigen.
Doordat een deel van deze mensen in de stadscentra blijft wonen nadat ze hun status als starter voor een andere hebben ingeruild, zullen de steden op den duur niet alleen aanzienlijke aantallen jonge starters herbergen, maar ook een meer gemengd bewonersbestand gaan vertonen.

In het beleid gericht op deze steden moet daarom in de eerste plaats aandacht zijn voor het in stand houden en verder uitbouwen van de roltrapfunctie van de stad, namelijk: mogelijkheden voor het volgen van hoger onderwijs én een ruim bestand aan banen voor kenniswerkers. Daarnaast moet de overheid ervoor zorgen dat er voldoende goedkope woon- en werkruimten zijn voor beginnende starters, evenals luxe stedelijke woningen voor hun succesrijke oudere soortgenoten.

De stadscentra worden steeds meer het domein van specifieke bedrijven die voor hun functioneren afhankelijk zijn van frequente intensieve face-to-face-contacten, namelijk de kenniswerkers en dan met name de op de alfa- en gammagerichte kenniswerkers: de creatieve industrieën en de kleine gespecialiseerde kennisintensieve bedrijven, kantoren en ateliers.
Hoewel de stedelijke centra dus juist voor kenniswerkers van essentieel belang zijn, stellen de onderzoekers dat niet alle naar revitalisering snakkende steden zich moeten richten op het aantrekken van creatieve industrieën of op kleinschalige zakelijke dienstverlening gerichte bureaus en hooggeschoolde jonge starters en carrièremakers. Veel steden doen dit nu wel maar de mogelijkheid dat dit succes oplevert, is beperkt. Slechts enkele steden lijken in dit opzicht kansrijk omdat zij voldoen aan enkele belangrijke voorwaarden: een ruim aanbod van kenniswerk en de beschikbaarheid van hooggespecialiseerde onderwijsinstellingen. De Nederlandse steden doen er dan ook beter aan zich te profileren op hun eigen sterke punten en zich te onderscheiden. Dit is realistischer dan voortzetting van het huidige beleid dat vooral is gericht op het nastreven van hetzelfde: kennis, creativiteit en innovatie.

De stad is ook steeds meer het domein voor het publiek dat massaal de voorzieningen van de stad bezoekt. De aanwezigheid van instellingen voor universitair en hoger beroepsonderwijs, de aanwezigheid van kennisintensieve bedrijvigheid maar ook de aanwezigheid van een monumentale oude stadskern dragen ertoe bij dat een stad een florerende winkel- en uitgaansfunctie heeft. Verder worden goed functionerende publiekscentra gekenmerkt door intensieve contacten buitenshuis en een telkens wisselend omvangrijk publiek. Deze centra functioneren beter naarmate de aanwezige kantoren, scholen, uitgaansgelegenheden, winkels en culturele attracties dicht bij elkaar liggen. Daarbij moet worden voorkomen dat eetgelegenheden onder één dak worden gebracht met instellingen en bedrijven. Immers, de studenten en professionals die daar werkzaam zijn, zijn dan minder geneigd de straat op te gaan voor een maaltijd of een biertje. Het stedelijke, publieke leven wordt daarmee aangetast.

NAi Uitgevers Postbus 21927, 3001 AX Rotterdam
Mauritsweg 23, 3012 JR Rotterdam
Tel: 010 - 20 10 133, Fax: 010 - 20 10 130
info@naipublishers.nl